Een paardenhandelaar verkoopt 36 paarden op de volgende manier:
De helft verkoopt hij aan de eerste klant.
Een derde deel van het totaal aantal paarden verkoopt hij aan de tweede klant.
Een negende deel van het totaal aantal paarden verkoopt hij aan de derde klant.
De rest verkoopt hij aan de vierde klant.
De vierde klant koopt ........ paarden.




2 



anders
(Een som van Carel Willem de Visser.)
De eerste klant koopt de helft van 36 is 18 paarden.
De tweede klant koopt een derde van van 36 is 12 paarden.
De derde klant koopt een negende van 36 is 4 paarden.
De vierde klant koopt de rest is 36 - 18 - 12 - 4 = 2 paarden.
Zie ook de pagina
Aftrekken.