
In een rekenboek uit 1910 worden inhoudsmaten ("ruimtematen") uitgelegd.
In die tijd was "Stère" (S) een gangbare term voor een kubieke meter.
Er waren ook twee afgeleide inhoudsmaten:
de Decastère (1 DS = 10 S) en
de Decistère (1 dS = 0,1 S).
Nu je dit weet, kun je ook berekenen:
2 dS = ........ dm³
(Vul een geheel getal in.)




200 



anders
1 dS = 0,1 S
1 S = 1 m³ = 1000 dm³
2 dS = 0,2 S = 0,2 m³ = 200 dm³
Zie ook de pagina
Inhoud.
De verhouding van de zijden van een rechthoekig vloerkleed is 3 : 4.
De diagonaal van het kleed is 4,50 meter.
De oppervlakte van het vloerkleed is ........ dm².




972 



anders
(Een som van Henk van Huffelen.)
De zijden verhouden zich als 3 : 4.
Bij een breedte van 3 en lengte van 4 is de diagonaal 5 (bekende Pythagoras-verhouding).
De diagonaal is 4,50 meter. Omdat het antwoord in dm² gevraagd wordt, maken we hier maar meteen 45 dm van.
45 dm = 9 x 5 dm.
De breedte is 9 x 3 = 27 dm.
De lengte is 9 x 4 = 36 dm.
De oppervlakte is 27 x 36 = 972 dm².
Zie ook de pagina
Pythagoras.