Tel eerst -3 en 16 bij elkaar op en deel het resultaat door 2.
Dus -3 + 16 = 16 - 3 = 13 en 13 : 2 = 6,5
Of met een getallenlijn:
Op een getallenlijn is de afstand tussen beide getallen 19. De helft is 9,5. Het gevraagde getal ligt op de getallenlijn 9,5 rechts van -3 en ook 9,5 links van 16. In beide gevallen 6,5.
Zie ook de pagina
Gemiddelde.