Antwoorden van 01-05-2026 (niveau 2F)
01 MEI
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2F hebben de test van 01-05-2026 zo ingevuld:
Rachida heeft in haar portemonnee alleen munten:
2 munten van 2 euro
5 munten van 1 euro
2 munten van 50 cent
3 munten van 20 cent
4 munten van 10 cent
4 munten van 5 cent
Bij de kassa moet ze € 5,85 afrekenen. Ze betaalt gepast met zo min mogelijk muntstukken.
Ze houdt daarna nog ........ muntstukken over.




13 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Ze heeft eerst 20 muntstukken in haar portemonnee.
Ze betaalt met:
2 munten van 2 euro,
1 munt van 1 euro,
1 munt van 50 cent,
1 munt van 20 cent,
1 munt van 10 cent en
1 munt van 5 cent.
In totaal 7 muntstukken.
Ze houdt 20 - 7 = 13 munten over.
Zie ook de pagina
Euro.