Twee kinderen vinden een zak met 75 bingoballetjes met de nummers 1 tot en met 75 erop. Ze leggen ze op volgorde.
Daarna pakken ze, om en om pakken, het laagst en het hoogst genummerde balletje.
Het balletje dat als laatste overblijft is het balletje met nummer ........ erop.




38 



anders
(Een som van Carel Willem de Visser.)
Vóór het laatste balletje zijn er 75 - 1 = 74 balletjes gepakt.
Daarvan is de helft kleiner dan het laatste balletje.
74 : 2 = 37
De nummers 1 t/m 37 zijn al gepakt. De andere helft van de gepakte balletjes zijn de nummers 39 t/m 75.
Het laatste balletje is nummer 38.
Of:
De eerste twee gepakte balletjes zijn 1 en 75, daarna 2 en 74, enzovoort. Telkens samen 76 en gemiddeld 38.
Dat gaat zo door tot 37 en 39 gepakt zijn. Dan is 38 nog over.
Zie ook de pagina
Delen.