1/2 + 2/3 + 3/4 + 4/5 + 5/6 = ........ (afgerond)
(Een som van Henk van Huffelen.)
Vóór het optellen eerst de breuken gelijknamig maken, dus de noemers gelijk maken:
Het kleinste getal waardoor alle noemers deelbaar zijn (het kleinste gemene veelvoud) is 60.
De opgave wordt dan:
30/60 + 40/60 + 45/60 + 48/60 + 50/60 = 213/60
213/60 = 3,55
Afgerond 4.
Of:
30/60 + 40/60 + 45/60 + 48/60 + 50/60 = 213/60
213/60 = 3 33/60
Omdat 33/60 groter is dan 1/2, rond je naar boven af.
Afgerond 4.
Zie ook de pagina
Breuken optellen.