
Als Rachel op de klok kijkt, ziet ze deze tijd.
Toen ze thuis kwam van school, wees de klok precies 13:22 uur aan.
Ze kwam ........ minuten geleden thuis.
(Vul een geheel getal in.)




28 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Op deze klok is het 13:50 uur.
Ze kwam thuis om 13:22 uur.
Daartussen zitten 28 minuten.
Zie ook de pagina
Tijd.