MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 01-10-2026 (niveau 1F)



eerdere test 01 OKT latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1F hebben de test van 01-10-2026 zo ingevuld:



43 + 32 = ........

95 %75 
5 %anders
Zet de getallen recht onder elkaar.
Tel de cijfers bij elkaar op, per kolom.
Begin rechts, bij de eenheden. Als er 10 of meer uitkomt, moet je een tiental onthouden.

Zie ook de pagina Optellen.



Verhoudingen:
3 : 5 is hetzelfde als 15 : ........

79 %25 
21 %anders
Je hoeft dit niet te behandelen als twee deelsommen, maar als twee verhoudingen.
Als je de getallen aan beide kanten van het deelteken met 5 vermenigvuldigt, blijft de verhouding hetzelfde.

Bij de tweede vergelijking is het eerste getal (15) vijf keer zo groot als het eerste getal van de eerste vergelijking (3). Daarom is het tweede getal van de tweede vergelijking (25) ook vijf keer zo groot als het tweede getal van de eerste vergelijking (5).

Zie ook de pagina Verhoudingen.



10% van 40 = ........

1 % (afgerond)5
3 % (afgerond)0,4
96 % (afgerond)4 
20

10% is hetzelfde als delen door 10.
40 : 10 = 4

Zie ook de pagina Makkelijke percentages.




Monty heeft een muntenklem voor alle bestaande euromunten.
In ieder vakje zit 1 passende munt.
Monty heeft ........ eurocent aan waarde in zijn muntenklem.

60 %388 
40 %anders
(Een som van Carel Willem de Visser.)
Hij heeft munten van 2 euro, 1 euro, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 cent.
200 + 100 + 50 + 20 + 10 + 5 + 2 + 1 = 388 eurocent.

Zie ook de pagina Euro.



TOTAALRESULTAAT:
82% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties