01 OKT (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1F hebben de test van 01-10-2026 zo ingevuld:
43 + 32 = ........
75 anders
Zet de getallen recht onder elkaar. Tel de cijfers bij elkaar op, per kolom. Begin rechts, bij de eenheden. Als er 10 of meer uitkomt, moet je een tiental onthouden.
Verhoudingen: 3 : 5 is hetzelfde als 15 : ........
25 anders
Je hoeft dit niet te behandelen als twee deelsommen, maar als twee verhoudingen. Als je de getallen aan beide kanten van het deelteken met 5 vermenigvuldigt, blijft de verhouding hetzelfde.
Bij de tweede vergelijking is het eerste getal (15) vijf keer zo groot als het eerste getal van de eerste vergelijking (3). Daarom is het tweede getal van de tweede vergelijking (25) ook vijf keer zo groot als het tweede getal van de eerste vergelijking (5).
Monty heeft een muntenklem voor alle bestaande euromunten. In ieder vakje zit 1 passende munt. Monty heeft ........ eurocent aan waarde in zijn muntenklem.
388 anders
(Een som van Carel Willem de Visser.) Hij heeft munten van 2 euro, 1 euro, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 cent. 200 + 100 + 50 + 20 + 10 + 5 + 2 + 1 = 388 eurocent.