Nadi heeft een auto gekocht.
Haar ouders hebben meebetaald: zij betaalden 450 euro minder dan een kwart van de prijs.
Nadi betaalde de rest. Dat was 18.300 euro.
De auto kostte ........ euro.
(Vul een geheel getal in, geen euroteken, punten en spaties.)




23800 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Nadi betaalde

van de prijs + 450 euro = 18.300 euro.

van de prijs is 18.300 - 450 = 17.850 euro
1/4 is 17.850 : 3 = 5950 euro
De auto kostte 4 x 5950 = 23.800 euro.
Zie ook de pagina
Breuken.