MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 29-06-2026 (niveau 2F)



eerdere test 29 JUN latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2F hebben de test van 29-06-2026 zo ingevuld:



25 + 18 + 35 = ........

1 % (afgerond)58
1 % (afgerond)88
2 % (afgerond)68
96 % (afgerond)78 

Zoek eerst de getallen die je makkelijk kunt optellen (25 + 35 = 60). Dan gaat de rest vanzelf.

Zie ook de pagina Optellen.



- = ........

1 % (afgerond)
96 % (afgerond) 
2 % (afgerond)
1 % (afgerond)

Eerst gelijknamig maken: - =

Zie ook de pagina Breuken aftrekken.



Stan fietst naar school, een afstand van 14 kilometer. Hij fietst 21 km/uur. Na hoeveel tijd is hij er?

95 % (afgerond)40 minuten 
3 % (afgerond)15 minuten
1 % (afgerond)98 minuten
1 % (afgerond)90 minuten

De snelheid is 21 km/u, oftewel 21 km in 60 minuten, 7 km in 20 minuten. Stan moet 14 km afleggen. Dat is 2 x 20 minuten. Hij doet er dus 40 minuten over.

Of:
Zowel 14 als 21 zitten in de tafel van 7.
21 km : 3 x 2 = 14 km

Dan geldt voor het aantal minuten dezelfde som:
60 minuten : 3 x 2 = 40 minuten

Zie ook de pagina Snelheid.



Basje is in Spanje geweest. Daar betalen ze ook met de euro, maar in Spanje worden ook de munten van 1 cent en 2 cent gebruikt.
Hij heeft van alle in Spanje gangbare euromunten een exemplaar, tot en met de munt van 2 euro.
Deze munten zijn samen ........ eurocent waard.

57 %388 
43 %anders

200 + 100 = 300
50 + 20 + 10 = 80
5 + 2 + 1 = 8

300 cent + 80 cent + 8 cent = 388 cent

Zie ook de pagina Euro.



TOTAALRESULTAAT:
86% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties