2 vriendinnen, Ilse en Jessy, rijden van A naar B via dezelfde weg. Die weg is 30 kilometer lang.
Ze starten tegelijk met fietsen.
Ilse fietst met een snelheid van 15 kilometer per uur.
Jessy fietst met een snelheid van 20 kilometer per uur.
Als het ene meisje in B aankomt, moet ze nog ........ minuten wachten op haar vriendin.
(Vul een heel getal in.)




30 



anders
(Een som van Jacques Schopman.)
Ilse rijdt in 1 uur 15 km. Over de weg van 30 km doet ze 2 uur.
Jessy rijdt 20 km in 1 uur. Over de weg van 30 km doet ze 1,5 uur.
Het verschil is een half uur. Dat is 30 minuten.
Zie ook de pagina
Snelheid.