Nico gaat kleding kopen. Hij kan kiezen uit twee broeken en twee shirts. Shirt A kost € 12. Shirt B kost € 16. Broek C kost € 20. Broek D kost € 12. Wat is het goedkoopste setje van 1 broek en 1 shirt?
Shirt A en broek D Shirt A en broek C Shirt B en broek C Shirt B en broek D
Shirt A is het goedkoopst van de shirts en broek D is het goedkoopst van de broeken.