Zet de getallen recht onder elkaar. Tel de cijfers bij elkaar op, per kolom. Begin rechts, bij de eenheden. Als er 10 of meer uitkomt, moet je een tiental onthouden.
Een klok slaat elk half uur één keer. Op elk heel uur slaat de klok het aantal uren. Hoe laat is het als de klok voor de derde achtereenvolgende keer één keer heeft geslagen?
half twee half een een uur half drie
(Een som van Ton.) Om 12 uur slaat de klok 12 x.
Om half 1 slaat hij 1 x. Om 1 uur slaat hij voor de tweede achtereenvolgende keer 1 x. Om half 2 slaat slaat hij voor de derde achtereenvolgende keer 1 x.