Frans en Nico eten pannenkoeken. Het zijn dunne, dus kunnen zij er veel van opeten.
Als Frans er twee op heeft, heeft Nico er drie op.
In dat tempo eten ze door.
Als ze stoppen, heeft Frans 8 pannenkoeken op en Nico heeft ........ pannenkoeken gegeten.
(Vul alleen cijfers in.)




12 



anders
Frans eet 4 x 2 = 8 pannenkoeken.
Dan eet Nico 4 x 3 = 12 pannenkoeken.
Zie ook de pagina
Verhoudingen.