
Wouter heeft vijf holle kubussen (A t/m E), met allemaal een wanddikte van 5 mm.
De ribben van de kubussen zijn respectievelijk 13, 11, 9, 7 en 5 cm. Dit zijn de buitenmaten.
Van elke kubus verwijdert hij één zijde door de bovenste 5 mm eraf te snijden. Zie voorbeeld hierboven.
Zo ontstaan bakjes met een kubusvormige binnenkant. Het grootste bakje heeft binnenmaten van 12 x 12 x 12 cm.
Wouter plaatst nu alle kubussen in volgorde van groot naar klein in het grootste bakje.
Tenslotte giet hij de hele constructie vol water. De bakjes blijven op hun plaats staan.
Er is ........ cm³ water nodig om de bakken tot de rand te vullen.
(Vul een geheel getal in. Rond zo nodig naar boven af.)




1130 



anders
(Een som van Henk van Huffelen.)

Hierboven zie je hoe de bakjes in elkaar staan (zijaanzicht, dwarsdoorsnede).
Als er geen andere bakjes in het grootste bakje zouden staan, dan zou er 12 x 12 x 12 = 1728 cm³ water in passen.
Hiervan moet je aftrekken: het volume van het materiaal van de kleinere kubussen.
Kubus B heeft na het afsnijden van de bovenkant buitenmaten van 11 x 11 x 10,5 cm en een holle ruimte van 10 x 10 x 10 cm.
Dat is 1270,5 - 1000 = 270,5 cm³ materiaal
Kubus C heeft buitenmaten 9 x 9 x 8,5 cm een holle ruimte 8 x 8 x 8 cm
Dat is 176,5 cm² materiaal.
Kubus D heeft buitenmaten 7 x 7 x 6,5 cm een holle ruimte 6 x 6 x 6 cm
Dat is 102,5 cm² materiaal.
Kubus E heeft buitenmaten 5 x 5 x 4,5 cm een holle ruimte 4 x 4 x 4 cm
Dat is 48,5 cm² materiaal.
In totaal zit er 598 cm³ materiaal van de andere bakjes in het grootste bakje.
De overgebleven ruimte wordt opgevuld met 1728 - 598 = 1130 cm³.
Zie ook de pagina
Inhoud.