in samenwerking met 
39262 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


 Aftrekken

Je kunt getallen van elkaar aftrekken. Soms is dat makkelijk, soms zijn de getallen wat groter en dan is het aftrekken wat lastiger.

 

 


Eerst een makkelijk sommetje:

 

Peter heeft acht euro. Hij koopt een broodje van drie euro. Hoeveel heeft hij nog over?

 

8 - 3 = 5

 

 -  =

 

 


 

Splitsen

 

34 - 6 = ?

 

Je kunt deze som in twee stappen doen, door het getal 6 te splitsen in 4 en 2:

 

34 - 4 = 30

30 - 2 = 28

 

Je ziet dat het tiental 3 bij de tweede stap in een 2 is veranderd. Je hebt een tiental 'geleend'.

 

 


 

Splitsen met grotere getallen

 

352 - 87 = ?

 

Als je dit uit het hoofd wilt uitrekenen, kun je het getal 87 splitsen:

  • Splits het getal 87 in 52 en 35 (want 87-52=35)
  • Trek nu die twee getallen na elkaar af:
  • 352 - 52 = 300
  • 300 - 35 = 265

 


 

Op papier aftrekken met 'lenen'

Als je de getallen te groot vindt worden, schrijf ze dan op. Zorg ervoor dat de rechterkant van de getallen (de eenheden) recht onder elkaar staan.

 

H = Honderdtallen,  T = Tientallen, E = Eenheden.

 

352 - 87 = ?

 

STAP 1          STAP 2          STAP 3          STAP 4         

HTE 

352    

 87

 

 4

352    

 87

  5

24

352    

 87

 65

24

352    

 87

265

 

STAP 1:

Zet de getallen recht onder elkaar, eenheden onder eenheden (E), tientallen onder tientallen (T), honderdtallen onder honderdtallen (H).

 

STAP 2:

Let alleen op de eenheden. De som 2 - 7 lukt niet, want 7 is groter dan 2. Ga een tiental lenen*. Je verandert de 5 in een 4 en mag dan 12 - 7 uitrekenen. Dat is 5. Schrijf een 5 onder de streep op de plaats van de eenheden.

 

STAP 3

Let nu alleen op de tientallen. De 5 was veranderd in een 4. De som 4 - 8 lukt niet, want 8 is groter dan 4. Ga een honderdtal lenen. Je verandert de 3 in een 2 en mag dan 14 - 8 uitrekenen. Dat is 6. Schrijf een 6 onder de streep op de plaats van de tientallen.

 

STAP 4

Nu de honderdtallen nog. De 3 was in een 2 veranderd. Je hoeft er niets van af te trekken. Schrijf de 2 onder de streep. Nu staat het antwoord er: 265.

 

 

* Het woord "lenen" is misschien niet zo goed in dit verband, want wat je leent moet je ook teruggeven. Een betere term zou kunnen zijn: inwisselen, zoals je een briefje van 10 euro inwisselt voor 10 losse euro's.

 

 


 

Dubbel 'lenen'

Als het bovenste getal nullen bevat, wordt lenen moeilijker.

 

H = Honderdtallen,  T = Tientallen, E = Eenheden.

 

301 - 87 = ?

 

STAP 1          STAP 2          STAP 3          STAP 4         

HTE 

301    

 87

 

29

301    

 87

  4

29

301    

 87

 14

29

301    

 87

214

 

STAP 1:

Zet de getallen recht onder elkaar, eenheden onder eenheden (E), tientallen onder tientallen (T), honderdtallen onder honderdtallen (H).

 

STAP 2:

Let alleen op de eenheden. De som 1 - 7 lukt niet, want 7 is groter dan 1. Je wilt een tiental lenen, maar dat lukt niet. Leen daarom een honderdtal. Je verandert de 3 in een 2 en de 0 in een 9 en mag dan 11 - 7 uitrekenen. Dat is 4. Schrijf een 4 onder de streep op de plaats van de eenheden.

 

STAP 3

Let nu alleen op de tientallen. De 0 was veranderd in een 9. De som 9 - 8 lukt nu meteen. Dat is 1. Schrijf een 1 onder de streep op de plaats van de tientallen.

 

STAP 4

Nu de honderdtallen nog. De 3 was al in een 2 veranderd. Je hoeft er niets van af te trekken. Schrijf de 2 onder de streep. Nu staat het antwoord er: 214.

 




Noordhoff Uitgevers




Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Bijbel  

© 2010 - Beter Rekenen is een initiatief van

 Martin van Toll Producties